Wettelijke weigeringsgronden
Wettelijk recht op betaalrekening
De Europese richtlijn betaalrekeningen (Richtlijn 2014/92/EU) uit 2014 geeft veel consumenten in de Europese Unie (EU) wettelijk recht op het openen en gebruiken een (basis)betaalrekening. In Nederland is dat recht in 2016 via de Implementatiewet toegang basisbetaalrekening verankerd in de Wet op het financieel toezicht (Wft).
In de wet staat wanneer je geen recht meer hebt op een basisbetaalrekening. Dat is wanneer er tenminste één wettelijke weigeringsgrond of opzeggingsgrond op jou van toepassing is. Als dat zo is, dan kun je als meerderjarige consument in Nederland een basisbankrekening aanvragen.
Aan de informatie op deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend.
De wettekst prevaleert boven de informatie op deze pagina.
Weigeringsgronden (art. 4:71g Wft)
De bank moet een aanvraag voor een betaalrekening op grond van de wet weigeren als de bank bij het openen ervan voor de aanvrager niet kan voldoen aan de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Denk hierbij aan cliëntenonderzoek en onderzoek naar de herkomst van vermogen.
De bank kan een aanvraag voor een betaalrekening op grond van de Wet op het financieel toezicht (Wft) weigeren als:
- De aanvrager niet of niet rechtmatig in de Europese Unie verblijft.
- De aanvrager niet kan aantonen een werkelijk belang te hebben bij het openen van een basisbetaalrekening in Nederland;
Van een ‘werkelijk belang’ is in elk geval sprake als je de Nederlandse nationaliteit hebt, op grond van de Vreemdelingenwet rechtmatig in Nederland verblijft, als sprake is van directe familiebanden, beroepsuitoefening, stage of leerplaats in Nederland, verkenning van arbeidskansen of andere beroepsactiviteiten in Nederland, studie of beroepsopleiding in Nederland, dan wel woonplaats of eigendom in Nederland hebt. - De aanvrager al een aanvraag voor een basisbetaalrekening bij bank in Nederland heeft lopen of al een betaalrekening heeft waarvan het IBAN start met de letters NL;
- De aanvrager minder dan acht jaar geleden onherroepelijk is veroordeeld voor valsheid in geschrifte, verstrekken van onware gegevens (bijvoorbeeld in het kader van uitkeringen), oplichting of benadeling van schuldeisers bij faillissement en witwassen;
- De aanvrager een basisbetaalrekening had die minder dan 2 jaar geleden is beëindigd omdat hij de basisbetaalrekening opzettelijk heeft gebruikt voor het plegen van strafbare feiten; of
- De aanvrager desgevraagd weigert om een verklaring te ondertekenen waaruit blijkt dat hij geen andere betaalrekening aanhoudt of heeft aangevraagd bij een andere in Nederland gevestigde bank/betaaldienstverlener.
Bij personen die onder beschermingsbewind staan, moet de bewindvoerder de initiatiefnemer zijn van de aanvraag van de betaalrekening. Bij regulier bewind is de bewindvoerder altijd betrokken. Voor personen die onder curatele staan, is de wettelijk vertegenwoordiger de initiatiefnemer van de aanvraag van de betaalrekening.
Opzeggingsgronden (art. 4:71f Wft)
De opzeggingsgronden op basis waarvan een bank een betaalrekening eenzijdig kan beëindigen, zijn als de rekeninghouder:
- meer dan 24 maanden achtereen geen transacties op de basisbetaalrekening heeft verricht;
- een 2e betaalrekening bij een andere in Nederland gevestigde bank aanhoudt;
- niet langer rechtmatig in de EU verblijft;
- onherroepelijk is veroordeeld voor valsheid in geschrifte, verstrekken van onware gegevens, oplichting of benadeling van schuldeisers bij faillissement en witwassen;
- onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt om toegang tot de basisbetaalrekening te krijgen en verstrekking van de juiste, en volledige informatie ertoe zou hebben geleid dat de bank het openen van een basisbetaalrekening zou hebben geweigerd op grond van art. 4:71g Wft; of de basisbetaalrekening opzettelijk heeft gebruikt voor het plegen van strafbare feiten.